| |
Schaakkring Olympos Wervik |
|
|
|
SCHAAKKRING OLYMPOS : WEDSTRIJDREGLEMENT (2011-2012)
1. Iedere deelnemer moet het lidgeld betalen voor aanvang van de tornooien.
2. Elke deelnemer krijgt vooraf een volledige wedstrijdkalender met de speeldata.
3. Tornooiformule: clubcomp. één enkele ronde allen tegen allen,
bekertornooi vijf ronden zwitsers systeem.
4. De partijen dienen op de vooraf geplande datum gespeeld te worden. Op voorhand
spelen mag.
Wie belet is zijn partij aan te vangen of zijn afgebroken partij verder te spelen
op die voorziene datum,
moet ten laatste de dag voor de voorziene dag de tegenspeler en de tornooileider
(Luc) verwittigen !
Tegelijkertijd met het uitstellen wordt tussen beide spelers een nieuwe datum
afgesproken en deze wordt
medegedeeld aan de tornooileider. In principe wordt er gespeeld op de eerstvolgende
inhaalvrijdag; ook
inhalen op andere tornooi-vrijdag kan (beker, interclub uit, clubcompetitie).
Slechts 1 uitstel per partij is
mogelijk.De tornooileider kan 2 vrije spelers die een achterstallige/afgebroken
partij te spelen hebben,
opleggen deze partij te spelen. Een wedstrijd uitstellen de (vrij)dag zelf,
staat gelijk met forfait , behalve
bij overmacht). Per ronde worden slechts twee forfaits per speler aanvaard,
drie betekent de uitsluiting.
5. Het tijdschema voor de clubcompetitie bedraagt 2u per speler en bijkomend
30 sec. per zet.
Dit komt overeen met instelling 4 op de verplicht te gebruiken electronische
klok DGT 2010.
Voor het bekertornooi is dit 1u1/2 per speler en 30 sec. per zet (instelling
17). Rapidtornooi : 15 minuten.
6. De wedstrijden starten telkens om 19u30. Bij afwezigheid van de witspeler
wordt zijn klok om 19u30
gestart en begint het aftellen van één uur tot forfait. Betreft
het de zwartspeler, dan wordt de klok van de
witspeler gestart waarbij deze na zijn bedenktijd en het uitvoeren van zijn
zet, zijn klok stilzet. Het
aftellen van het forfaituur voor zwart start dan. In geval van gegronde reden
(bijv. werk) kan een speler
een uitzondering vragen om altijd wat later te starten.
7. De punten zijn bij winst 3, remise 2, verlies 1 en forfait 0. De scheidingspunten
zijn in afnemende
volgorde:onderling resultaat, sonneborg-berger systeem en ELO-prestatie.
8. Overeenkomstig de regels van de VSF wordt er niet gerookt en niet getelefoneerd
in de speelzaal.
Partijen analyseren in de tornooizaal (vooral wanneer meerdere partijen begonnen
zijn met
dezelfde openingsvariant) mag niet, maar kan achteraf gebeuren in de bar.
Het is verboden de tegenstander af te leiden of te hinderen, ook bijv. het alsmaar
aanbieden van remise.
10. Eénmaal een stuk aangeraakt, dient men er mee te spelen, tenzij het
een onmogelijke zet betreft.
Raakt men een stuk van de tegenstrever, dan dient dit stuk genomen, tenzij het
een onmogelijke zet is.
11. Onbesliste partij :
Pat, zoals mat, betekent het einde van de partij; zelfs indien een speler opgeeft
in een patstelling die hij
niet zag, is de partij remise.
Wanneer dezelfde stelling drie of meermaals voorkomt. Als dezelfde wordt beschouwd
als met al de
stukken dezelfde zetten mogelijk zijn (al of niet mogelijkheid tot rokkade).
De partij is remise als een stelling bereikt is waarin mat niet mogelijk is,
door welke reeks
reglementaire zetten dan ook, zelfs bij het slechts mogelijke tegenspel.
12. Verliezen der partij :
Indien een speler de tijdslimiet overschreden heeft, kan niet meer overeengekomen
worden tot remise
of verder spelen. De andere speler kan enkel winst opeisen zo hij tot dit ogenblik
alle uitgevoerde zetten
genoteerd heeft(tot 3 onvolledige/niet genoteerde zetten toegelaten). De vlag
wordt beschouwd te zijn
'gevallen' als de tornooileider het feit waarneemt of als een der spelers dit
terecht claimt. Als een speler
het voorgeschreven aantal zetten niet heeft voltooid in de toegewezen bedenktijd,
dan is de partij voor
hem verloren behalve als de tegenstander hem nooit mat kan zetten (dan remise).
13. Remise :
Een speler kan remise aanbieden na een zet op het schaakbord te hebben gedaan.
Hij moet dit doen
alvorens zijn klok stil en die van zijn tegenstander aan te zetten. Een remise-aanbod
op elk ander
moment tijdens de partij is wel geldig, doch moet worden getoetst aan punt 9.
Aan het aanbod kunnen
geen voorwaarden worden verbonden. Het aanbod kan niet ingetrokken worden en
het blijft van kracht
totdat de tegenstander het aanneemt, het mondeling afwijst, het afwijst door
een zet te doen, of de partij
op andere wijze is beëindigd. Het remise-aanbod moet door beide spelers
genoteerd worden met = .
14. Na het beëindigen van een partij, is de zwartspeler verantwoordelijk
om de schaakstukken en de klok
in de doos te steken. De zwartspeler van de laatst beëindigde partij, is
verantwoordelijk om al het
schaakmateriaal op te bergen in de schaakkast !
15. De uitslagenstrookjes worden door de (wit)spelers aan de tornooileider afgegeven.
Bij afwezigheid van
de tornooileider, moet de witspeler van de laatst beëindigde partij alle
resultaten ten laatste de zondag-
avond aan hem bezorgen (via telefoon, Gsm, e-mail, mondeling).
De tornooileider stuurt elke maandag de resultaten door naar Erik en de spelers
(per e-mail).
16. Bij betwistingen overleggen,beslissen de voorzitter, ondervoorzitter, tornooileider
en secretaris samen.